De Wet Natuurbescherming regelt sinds januari 2017 bescherming van kwetsbare soorten dieren en planten. Als burgers of bedrijven activiteiten willen uitvoeren die mogelijk schadelijk zijn voor de natuur, kan er op grond van deze wet een ontheffing of vergunning aangevraagd worden. Er staat niet in de wet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt is dat er geen schade mag worden gedaan aan flora en fauna, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.

Voorbeeld

Stel u heeft onlangs een oude woning gekocht. U komt erachter dat op zolder kerkuilen zitten. Bijzonder en leuk, kunt u denken. Nu wilt u gaan verbouwen. Mag dat zomaar? Het antwoord is nee. De kerkuil is een beschermde inheemse diersoort op grond van hoofdstuk 3 van de Wet Natuurbescherming. Daarom zal u voor de verbouwing een omgevingsvergunning nodig hebben. Die omgevingsvergunning vraagt u aan bij de gemeente. Als uw plan past binnen de wet, zal de gemeente u de vergunning verlenen.

Gratis download: overzicht met 81 vergunningplichtige activiteiten

Drie categorieën

Er zijn drie categorieën beschermde soorten: vogels, overige Europese beschermde soorten en andere (nationaal) beschermde soorten. Er zijn circa 700 soorten vogels beschermd onder paragraaf 3.1 van de Wet Natuurbescherming, zoals de aasgier, de boomkruiper en de nachtegaal. In Nederland komen zo’n 290 beschermde soorten vogels voor. De Europese beschermde soorten vallen onder paragraaf 3.2 van de Wet Natuurbescherming. Voorbeelden van Europese beschermde soorten zijn de walrus, de kleine vlotvaren en de laatvlieger. De nationale beschermde soorten vallen onder paragraaf 3.3 van de Wet Natuurbescherming. Voorbeelden van nationale beschermde soorten zijn damherten, eekhoorns en bosboterbloemen.

(hulpmiddelen: www.nederlandsesoorten.nl, www.minez.nederlandsesoorten.nl/soorten, www.ec.europa.eu/environment/nature/conservation/species/guidance/index_en.htm, www.ndff.nl)

Zorgplicht van de Wet Natuurbescherming

Iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende planten en dieren, of ze nu beschermd zijn of niet. Dit is de zorgplicht voor planten en dieren. In de Memorie van Toelichting bij de Wet Natuurbescherming staat het volgende daarover: “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

maak een inventarisatie van de vergunningen voor je project

Verbodsbepalingen

Als op of rondom de projectlocatie beschermde soorten voorkomen, zich daar nesten, voortplanten of rusten, zijn de bepalingen van de Wet Natuurbescherming van toepassing. Beschadiging of vernieling van dit soort plaatsen is verboden. Daarom moet voordat een project start nagegaan worden of er beschermde soorten aanwezig zijn. Het is daarbij noodzakelijk om op meerdere momenten in het jaar veldonderzoek te verrichten. Zo moeten bijvoorbeeld voortplantings- en rustplaatsen ook beschermd worden als de beschermde soorten even niet aanwezig zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de winterverblijven van vleermuizen, die in de zomer ook beschermd dienen te worden.

In de volgende tabel zijn de verbodsbepalingen inzake soortenbescherming uit de Wet Natuurbescherming weergegeven.

tabel soortenbescherming flora en fauna van de wet natuurbescherming| Allios Deite - vergunningenmanagement

Uitzondering verbodsbepalingen

Om af te mogen wijken van een verbodsbepaling uit de Wet Natuurbescherming via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende drie criteria zijn voldaan. Ten eerste moet er altijd gekeken worden of er geen alternatieve oplossing is om geen schade toe te brengen aan de natuur. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van werkzaamheden buiten de kwetsbare periode van soorten, zoals het kappen van een boom na het broedseizoen. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. Een voorbeeld van een in de wet genoemd belang is volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de activiteit geen afbreuk doen op de staat van instandhouding van de beschermde soorten.

Als aan deze drie vereisten is voldaan, kan een ontheffing of vrijstelling verleend worden. Zo levert handelen conform een goedgekeurde gedragscode een vrijstelling van de verbodsbepalingen op. Boseigenaren natuurbeheerders, waterschappen, Rijkswaterstaat of andere organisaties die bij het uitvoeren van hun reguliere activiteiten regelmatig met de Wet Natuurbescherming te maken hebben, maken vaak gebruik van zulke gedragscodes.

heb je vragen? stel ze via het contact formulier

Ontheffing

Er is dus een ontheffing nodig als er geen maatregelen getroffen kunnen worden die het overtreden van de verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming voorkomen en als de activiteit ook niet onder een vrijstelling valt. Voor locatiegebonden activiteiten die vernoemd staan in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingswet, zoals het kappen van een boom, kan de aanvraag van de ontheffing soortenbescherming onderdeel zijn van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor die activiteit. Bij activiteiten waar geen omgevingsvergunning voor nodig is, moet apart een ontheffing soortenbescherming aangevraagd worden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan activiteiten uit de Waterwet, waar naast een watervergunning dan apart een ontheffing soortenbescherming aangevraagd moet worden.

Soortenbescherming onder de Omgevingswet

Van drastische verandering onder de Omgevingswet inzake soortenbescherming is geen sprake. Voor alle activititen in de fysieke leefomgeving moet nagegaan worden of er beschermde soorten aanwezig zijn en welke soorten dat precies zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit Activiteiten leefomgeving is bepaald wanneer er een vergunning nodig. Het gaat hier om een omgevingsvergunning (art. 5.1 lid 2 Omgevingswet). In beginsel is de provincie het bevoegd gezag als het gaat om mogelijke vrijstelling voor bepaalde activiteiten in de leefomgeving. Zij zullen dit in een omgevingsverordening regelen. Het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten is opgenomen in afdeling 8.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

stel je vragen tijdens het gratis ‘vergunningen vragenuurtje’