Systemen - vloek of zegen | Allios Deite - kaders kennen, kansen creëren

Wat de dalende PISA-scores ons leren over onderwijs, technologie en menselijke ontwikkeling

Mijn zoon en schoondochter werken in het onderwijs, dus toen er een podcast bij het NRC verscheen over de kwaliteit van onderwijs (het PISA-onderzoek: Programme for International Student Assessment) en hoe dat verbonden is met de arbeidsmarkt moest ik die als moeder en ondernemer natuurlijk luisteren.

Want terwijl onderwijsresultaten onder druk staan, groeien systemen exponentieel. Digitale leeromgevingen, AI, automatisering, dashboards en kwaliteitsmanagementsoftware zijn overal. Nooit eerder hadden we zoveel hulpmiddelen tot onze beschikking. En dus rijst de vraag: zijn systemen een zegen of een vloek?

Er zijn van die momenten waarop cijfers ineens meer worden dan statistiek. Ze worden een spiegel. Geen droge tabel, maar een confronterende vraag. En dat werd pijnlijk duidelijk naar voren gebracht in de podcast, waarin het PISA-onderzoek werd besproken. De dalende lijn in Nederland, vooral bij leesvaardigheid, is geen incident meer. Het is een trend. En trends vertellen verhalen. Maar misschien vertellen ze vooral iets over hoe wij met systemen omgaan.

Een rekenmachine, een achterstand en een les voor het leven

Ik moest tijdens het luisteren denken aan mijn basisschooltijd.

In één schooljaar wisselde ik twee keer van school. Dat zorgde voor een achterstand in mijn rekentaken. In de 5de klas, het weekend, werkte ik een vast aantal taken weg. Iedere week werd mijn achterstand een beetje kleiner.

Mijn vader hielp mij daarbij. Niet door mijn werk over te nemen, maar door  te vragen, uit te leggen en mee te kijken. Als ik kon laten zien dat ik écht begreep hoe een bepaald soort som werkte, mocht ik de rest van die taak met de rekenmachine doen.

Mijn ouders vonden dat ik ook recht had op mijn vrije tijd om te spelen met mijn zus en vriendinnen.

Maar wat zij mij leerden was veel groter: begrijp eerst wat je doet. Gebruik daarna technologie om je te helpen. Dat principe is me altijd bijgebleven én het is me overal gaan opvallen.

Wat PISA ons vertelt

Sinds 2000 meet PISA (het Programme for International Student Assessment) de kennis en vaardigheden van 15-jarigen op het gebied van leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen. De recente resultaten laten een duidelijke daling zien, vooral bij leesvaardigheid:

In 2003 scoorde Nederland rond de 513 punten op leesvaardigheid. In 2022 was dat gedaald naar ongeveer 459 punten. Dat is niet alleen een daling; het is het laagste niveau dat ooit voor Nederland is gemeten. Én het ligt onder het OESO-gemiddelde.

Ook bij wiskunde en natuurwetenschappen is er een neerwaartse trend. Soms nog net rond of iets boven het gemiddelde, maar structureel lager dan twintig jaar geleden.

Daarmee wordt het signaal afgegeven dat basisvaardigheden onder druk staan.

65. Complexe systemen | Allios Deite - kaders kennen, kansen creëren

Systemen als versterker

In de jaren na de basisschool kreeg ik steeds meer met technologie te maken, zowel tijdens mijn opleiding als in mijn werk. En telkens viel hetzelfde op: wanneer je begrijpt hoe iets werkt, worden systemen een zegen. Wanneer dat begrip ontbreekt, worden ze een risico.

Op het eerste gezicht lijkt er geen directe link tussen de PISA-scores en systemen. Maar als we iets dieper kijken, wordt de relatie zichtbaar.

We leven in een wereld waarin systemen steeds dominanter worden (en de ontwikkeling ervan steeds sneller gaat):

  • Digitale leerplatformen
  • Geautomatiseerde toetsing
  • AI-tools voor tekst en analyse
  • Datagedreven besluitvorming

Nooit eerder hadden jongeren zoveel technologische hulpmiddelen tot hun beschikking.

Toch dalen de prestaties op basisvaardigheden. Technologie maskeert tekortkomingen in plaats van ze op te lossen.

Dat is geen paradox. Dat is een patroon.

Want systemen versterken alleen wat er al is. Ze creëren geen fundament. Daarmee kom je op een eeuwenoud cliché: slechte input leidt tot slechte output. Dat zien we terug in onderwijs én in organisaties.

De zwarte doos

Stel je voor dat je een complexe machine bedient. Je drukt op een knop en er rolt een resultaat uit. Zolang het resultaat lijkt te kloppen, of, erger, je erop vertrouwt dat het resultaat goed is, stel je geen vragen.

Maar wat gebeurt er als het fout gaat?

  • Kun je dan analyseren waar het misloopt?
  • Kun je de input controleren?
  • Kun je het proces doorgronden?
  • Kun je beoordelen of de output logisch is?

Zonder basisvaardigheden, taalbegrip, logisch redeneren, analytisch denken, wordt technologie een zwarte doos.

Dat is precies wat mijn vader voorkwam met die rekenmachine. De rekenmachine was geen vervanging van begrip. Het was een versneller van begrip. Eerst snappen. Dan versnellen.

65. Systemen - vloek of zegen | Allios Deite - kaders kennen, kansen creëren

“Shit in, shit out”

Geen uitspraak, maar in systeemdenken fundamenteel waar: slechte input leidt tot slechte output.

Als leerlingen moeite hebben met begrijpend lezen, dan helpt een digitale leeromgeving daar niet automatisch bij. Als medewerkers de logica achter een kwaliteitsmanagementsysteem niet begrijpen, dan wordt het systeem een administratieve last in plaats van een verbeterinstrument.

Systemen corrigeren geen gebrekkig fundament. Ze vergroten het effect ervan.

Dat zien we terug in de PISA-resultaten. Terwijl het aantal (digitale) systemen toeneemt, daalt het niveau van begrijpend lezen.

Dat is geen aanval op technologie (ik ben écht voor), maar het is wel een waarschuwing tegen afhankelijkheid zonder begrip.

Lifelong learning: mooi woord, kwetsbare basis

We spreken vaak over “leven lang leren”. Terecht. In een wereld die snel verandert, is voortdurende ontwikkeling noodzakelijk. Maar leren bouwt voort op wat er al is.

Zonder stevige basisvaardigheden wordt bijscholing oppervlakkig. Dan leren mensen hoe ze een tool moeten bedienen, een trucje, maar niet hoe ze moeten denken. Dat verschil is cruciaal.

Een medewerker die begrijpt hoe een proces in elkaar zit, kan een nieuw systeem snel doorgronden. Een medewerker zonder dat inzicht moet iedere verandering opnieuw aanleren als een kunstje. Dan wordt leren geen ontwikkeling, maar herhaalde instructie.

In kwaliteitsdenken wil ik dan nog wel een stap verder gaan: het aanleren van een trucje leidt uiteindelijk tot meer faalkosten dan zorgen voor begrip en inzicht. Trucjes aanleren moet herhaald worden, begrip en inzicht helpen in het verbeterproces.

Onderwijs als fundament van innovatie

De dalende PISA-scores zijn daarom niet alleen een onderwijsprobleem. Ze raken de kern van onze toekomstige arbeidsmarkt. Innovatie vraagt om:

  • Kritisch denken
  • Probleemanalyse
  • Taalvaardigheid
  • Creativiteit

Dat zijn geen eigenschappen die je downloadt in een software-update. Het zijn, in ieder geval voorlopig nog, menselijke kwaliteiten. Zeker die laatste.

Wanneer leesvaardigheid onder druk staat, staat ook het vermogen om complexe informatie te verwerken onder druk. Wanneer analytisch redeneren afneemt, wordt het moeilijker om systemen écht te begrijpen. Én in te grijpen als dat nodig is.

Dan ontstaat een paradoxale situatie: we hebben geavanceerdere systemen dan ooit, maar minder mensen die ze werkelijk doorgronden.

Systemen in organisaties: van verplichting naar begrip

Wie in organisaties werkt, herkent het patroon onmiddellijk. Er wordt een systeem ingevoerd met de beste bedoelingen: meer overzicht, betere sturing, minder fouten, efficiëntere processen. De logica klopt. Op papier is alles helder. En toch stokt het in de praktijk. Niet omdat het systeem niet deugt. Maar omdat mensen het onderliggende proces niet begrijpen.

Ik heb dat zelf ervaren toen ik manager was van een grote adviesafdeling. Iedere week speelde hetzelfde terugkerende vraagstuk: het tijdig invullen van uren in het systeem. Voor veel adviseurs voelde dat als een administratieve verplichting. Iets wat “moest”. Iets wat tijd kostte. Iets wat je liever uitstelde tot later.

Ondertussen zat de administratie maandagochtend met smart te wachten. Want zonder ingevoerde uren konden zij niet verder met hun deel van het proces: de facturatie. En zonder facturatie geen inkomsten. En zonder inkomsten uiteindelijk geen salarissen.

Toch was dat verband voor veel medewerkers niet zichtbaar. Voor hen was het urenregistratiesysteem een losstaand systeem. Een onderdeel op een lijstje. Een (digitale) verplichting.

Totdat ik besloot het anders aan te pakken. Ik heb de administratie gevraagd om tijdens een teamoverleg het totale proces uit te leggen. Niet alleen hun eigen taak, maar de hele keten. Van geschreven uren tot factuur, van factuur tot betaling, van betaling tot salaris.

Er gebeurde iets interessants in die bijeenkomst. Mensen begonnen verbanden te zien. Ze begrepen waarom die uren op maandagochtend in het systeem moesten staan. Niet omdat “het moest”, maar omdat het direct invloed had op de continuïteit van de organisatie en uiteindelijk op hun eigen salaris.

Vanaf dat moment verdwenen de problemen bijna helemaal, hoefde ik niet meer constant iedereen achter zijn broek aan te zitten. Het systeem was niet veranderd. De software was hetzelfde. De verplichting bleef. Wat veranderde, was begrip. En precies daar zit de kern.

Zonder procesinzicht wordt een systeem ervaren als een last. Met procesinzicht wordt hetzelfde systeem logisch, zelfs vanzelfsprekend.

Dit voorbeeld laat zien wat ook in het onderwijs zichtbaar wordt: systemen functioneren pas goed wanneer mensen begrijpen wat eronder ligt. Begrip creëert intrinsieke motivatie. En motivatie zorgt voor consistent gedrag. Systemen zijn dus niet het probleem. Onbegrepen systemen wel.

Systemen, vloek of zegen?

De vraag blijft staan.

Systemen zijn een zegen wanneer ze voortbouwen op sterke menselijke fundamenten. Ze maken werk sneller, overzichtelijker en consistenter. Maar zonder fundament worden ze een vloek. Dan:

  • Verhullen ze gebrek aan inzicht
  • Versterken ze fouten
  • Creëren ze afhankelijkheid
  • Remmen ze innovatie

De dalende PISA-scores dwingen ons om naar dat fundament te kijken. Niet om technologie af te wijzen. Maar om te begrijpen dat technologie nooit het beginpunt is.

De essentie

Wanneer ik terugkijk op die weekenden met mijn rekentaken, zie ik geen achterstand meer. Ik zie een fundament. Het fundament dat ervoor zorgde dat technologie later geen bedreiging werd, maar een bondgenoot.

Steeds opnieuw bleek hetzelfde waar:
Zoals mijn ouders met mijn rekentaken omgingen, zorg dat je het snapt, dan kun je technologie laten helpen, zo werkte het iedere keer weer.

En misschien is dat precies wat de PISA-cijfers ons proberen te vertellen. Systemen zijn niet het probleem. Maar ze zijn ook niet de oplossing. Ze zijn een versterker.

De echte vraag is dus niet: systemen, vloek of zegen?

De echte vraag is:
hoe sterk is het fundament waarop we ze bouwen?
Want zonder fundament draaien we rondjes.
Mét fundament bouwen we vooruit.

65. wijze les over systemen | Allios Deite - kaders kennen, kansen creëren

Recommended Posts